Dieter Lesage
Portret van de kunstenaar als resident
Deze originele tekstcollectie werd samengesteld door de filosoof Dieter
Lesage naar aanleiding van
een uitnodiging door Sarma en het podiumkunstentijdschrift Etcetera. De
publicatie omvat
bijdragen van de filosoof Dieter Lesage zelf, filosoof Boris Buden en
beeldend kunstenaar Hito
Steyerl, theatermaker Jan Ritsema, choreograaf Martin Nachbar, schrijfster
Tanja Dückers,
beeldend kunstenaar Jill Magid en beeldend kunstenaar en DJ Ina Wudtke. De
collectie verscheen in
het Nederlands in Etcetera 104 (december 2006), in het Duits in het
programmaboek Alien Resident
van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz in Berlijn, en in het Engels op
www.b-kronieken.be.
Vanuit de publicatie formuleerde Dieter Lesage ook een theoretisch en
politiek perspectief op de
residentieproblematiek in de vorm van een lezing.
Nasr Hafez
Welcome to the cosmoproletariat
Voor zijn themanummer over Brussel nodigde het kunsttijdschrift Janus Sarma
uit voor een bijdrage
rond de Brusselse dansgemeenschap. Sarma sprak daarop de Egyptische
schrijver Nasr Hafez aan,
die resideert in Brussel, met de vraag een tekst te schrijven die aansluit
bij B-Kronieken. Welcome
to the Cosmoproletariat neemt het kosmopolitische leven van vele
danskunstenaars in Brussel als
vertrekpunt voor een eigentijdse parabel over de glamourproletariërs in de
fictieve stad
Cosmoprolis. Verschenen in het Engels in Janus (december 2006).
Delphine Hesters
The facts and fixions of B-longing
Op basis van het interviewproject, uitwisseling met de werkgroep
B-Kronieken en eigen onderzoek, schreef sociologe Delphine Hesters een
theoretisch essay over de notie van gemeenschap in tijden
van transnationale mobiliteit, met de Brusselse dansgemeenschap als focus.
Hesters exploreert
termen als internationaal, transnationaal en lokaal in relatie tot
het krachtenveld van het
professionele dansveld en volgt migranten en gastarbeiders op hun weg
doorheen het systeem. Een
centrale these is haar analyse van de danswereld als een gulzige
institutie, die volledige
toewijding vraagt en leidt tot het samenvallen van werk en leven, een
mechanisme dat omgekeerd
ook het bestaan van iets als een dansgemeenschap schraagt. Kijkend naar
de dansgemeenschap
vanuit een inwendig perspectief, vraagt Hesters zich af waarom leden van de
Brusselse
dansgemeenschap ervoor wachten zichzelf daadwerkelijk als leden van die
gemeenschap te
beschouwen. Hoe zien ze identiteit en belonging dan wel? Hesters besluit
met de stelling dat de
dansgemeenschap een modus van productiviteit is, gebaseerd op de
wederzijdse erkenning van
potentiële collegas. Dit informele maar effectieve netwerk laat toe dat
een diversiteit aan mensen
en praktijken een plaats kan vinden binnen het officiële systeem, maar het
sticht ook nieuwe
vormen van artistieke zelforganisatie aan.