Volksbuehne am Rosa-Luxemburg-Platz zal in December 2006 een uitgebreid
Duitstalig programmaboek publiceren dat het festival Intimate Strangers
begeleidt. Naast een essay over het werk van Meg Stuart, zal het het
cluster A portrait of the artist as a resident bevatten. Deze unieke
collectie van teksten werd samengesteld door de filosoof Dieter Lesage naar
aanleiding van een uitnodiging door Sarma en het dans- en performance
magazine Etcetera. De publicatie omvat bijdragen van de filosoof Dieter
Lesage zelf, filosoof Boris Buden en beeldend kunstenaar Hito Steyerl,
theatermaker Jan Ritsema, choreograaf Martin Nachbar, schrijfster Tanja
Dückers, beeldend kunstenaar Jill Magid en beeldend kunstenaat en DJ Ina
Wudtke. In December wordt A portrait of the artist as a resident ook
uitgegeven in het Nederlands in Etcetera en in het Engels op de
projectwebsite van Sarma
www.b-kronieken.be
Sarma nodigde Dieter Lesage uit om een draad te ontwarren van het kluwen
van internationalisme waarin de dansgemeenschap danig zit verstrengeld.
Dit zette Lesage ertoe aan om te na te denken over het fenomeen van de
kunstenaarsresidentie:
In dans, theater, muziek en literatuur, maar misschien nog wel het meest
in het veld van de beeldende kunsten, voorzien nogal wat kunstenaars voor
bepaalde periodes in bestaansmiddelen door zich kandidaat te stellen voor
residenties, door residenties aan te vragen. Inderdaad, een belangrijk
deel van de bestaande kunstenaarsbeurzen stellen zich voor als een
uitnodiging om gedurende een bepaalde periode te leven en te werken op een
bepaalde plaats, in een bepaalde instelling, in een studio, etc. Als gevolg
daarvan is een aanzienlijk deel van de globale artistieke productie thans
in belangrijke mate bepaald door condities die te maken hebben met het
statuut van de artistieke producent als kunstenaar in residentie.
Enerzijds kan men zich de vraag stellen welk effect de residentie als
modaliteit van de artistieke productie heeft op die productie. Anderzijds
is er de vraag welke vooronderstellingen met betrekking tot artistieke
productie geďmpliceerd zijn in het concept en de praktijk van diverse
vormen van artistieke residenties. Anders gezegd: welk soort kunst leveren
residenties op? Welk soort beeld hebben residenties van kunst? En bestaat
er een verband tussen het beeld dat residenties van kunst hebben en het
soort kunst dat in residenties wordt geproduceerd?
De kunstenaar die niet in de eerste plaats voor de markt produceert, die
een zekere autonomie wil bewaren in zijn of haar artistieke productie, ziet
zichzelf tegelijk meer en meer aangewezen op residenties als modaliteit
van subsidiëring en dus zijn of haar autonomie gelimiteerd door de
condities die daaraan verbonden zijn. De allereerste conditie waaraan
residentiebeurzen gekoppeld zijn is vanzelfsprekend de verplichting om naar
die andere plek te verhuizen. In die zin is de residentiële kunstenaar in
de eerste plaats een migrant, is hij of zij eerst een migrant moeten worden
om vervolgens een artist in residence te kunnen zijn. Tegelijk staat de
kosmopolitische kunstenaar - die kosmopolitisch genoemd kan worden voor
zover hij of zij van de ene residentie naar de andere reist voortdurend
onder druk om zijn of haar projecten te linken aan lokale problemen,
themas, onderwerpen, etc om überhaupt kans te maken op
residentiebeurzen.
Een portret van de kunstenaar als resident raakt dan ook aan vragen met
betrekking tot themas als globalisering, migratie, locatie en
nationaliteit, en leidt tot een invraagstelling van concepten als
project, uitwisseling, in situ kunst, etc. Uiteindelijk gaat het in
dit portret ook over het leven zelf in zijn triviale en minder-triviale
aspecten. Hoe gaat de kunstenaar om met het huisvestingsvraagstuk: een
studio krijgen in een ander land is één ding, een woning te moeten
achterlaten een ander. Kan men wel leven in een kunstenaarsstudio? Heeft
men eigenlijk wel een studio nodig om te werken als kunstenaar? Het
kunstwerk mag dan al aanbeland zijn in het tijdperk van haar digitale
mediatiseerbaarheid, toch blijven nogal wat residenties pronken met
studios met uitstekende lichtcondities voor schilders. Er zijn zelfs
residenties die verzekeren dat er geen internetaansluiting is, want dat zou
de kunstenaar, op zoek naar rust en inspiratie, vanzelfsprekend alleen maar
afleiden. Of er zijn residenties die zich feitelijk haast beperken tot
internetfaciliteiten. Men blijkt dan alleen van het ene werkstation naar
het andere te zijn verhuisd.