Sarma: het archief als discursieve werkplaats
 
  Author(s): Jeroen Peeters
  First published in:  De Witte Raaf,  January 2011
 
 

Op een kleine tien jaar tijd heeft Sarma zich ontwikkeld van een onlineplatform voor het verzamelen en bevorderen van dans- en performancekritiek (www.sarma.be) tot een werkplaats waarin ook onderzoek, creatie en dramaturgie een plek hebben. Lag de focus aanvankelijk op het ontsluiten en omkaderen van auteursanthologieën en thematische tekstcollecties, dan is die vandaag uitgebreid naar de vraag hoe een brede waaier aan discursieve praktijken kan worden georganiseerd én gedocumenteerd. Een samenloop van omstandigheden heeft die verschuiving tot stand gebracht: evoluties in het veld van zowel de dans als de media, de verglijdende interessesfeer van de artistieke leiding, Myriam Van Imschoot en Jeroen Peeters, die vanuit een permanente dialoog Sarma’s werking aanstuurt, alsook praktische, technische en financiële factoren. Een deel van die geschiedenis is tastbaar in een gestaag groeiend onlinearchief dat vandaag zo’n drieduizend teksten en audiodocumenten bevat. Sarma wilde echter altijd meer dan zomaar een grote container zijn: door herpublicatie en artistiek onderzoek worden nieuwe verbanden en resonanties gecreëerd, die van het archief een specifieke omgeving en een discursieve werkplaats maken. Om een licht te werpen op de vorm en betekenis van zo’n ‘levend archief’ schetsen we enkele fases in de werking van Sarma.


1.

In de jaren 90 nam een generatie vernieuwers (choreografen als Jérôme Bel, Raimund Hoghe, Xavier Le Roy, Vera Mantero en Meg Stuart) met een uitgesproken discursieve interesse het voortouw in de Europese dans. In hun zog ontwikkelde zich heel wat theorievorming over dans, maar tevens een dynamische dagbladkritiek. Vandaag zijn André Lepecki en Gerald Siegmund vooraanstaande danstheoretici, maar wie kent de talrijke dagbladkritieken die in zekere zin de humus vormden voor hun later theoretisch werk? Sarma ontstond rond 2000 vanuit de vaststelling dat journalistieke kritiek in een aantal gevallen van hoge kwaliteit is, maar dat die teksten slechts een erg korte levensduur gegund zijn en ze bovendien moeilijk toegankelijk zijn. Door de dagbladkritieken (recensies, interviews) van een aantal belangrijke critici in binnen- en buitenland van week tot week onder te brengen in een databank konden perspectieven worden geopend. Lezers zouden niet enkel het internationale dansgebeuren kunnen volgen via een twintigtal bevoorrechte getuigen, maar ook de meerstemmigheid en de poëticale verschillen binnen de danskritiek.

Sarma werd opgezet als een levend archief: de uitbouw van de site moest gelijke tred houden met de actualiteit, als verlengstuk van een schrijversgemeenschap. Door de accumulatie van hun verspreide teksten konden critici als ‘stemmen’ verschijnen, een auteurslogica die Sarma nog versterkte door een beperkte groep van schrijvers uit te zoeken en hen te vragen een poëticaal statement te schrijven ter omkadering van hun kritieken. Er werd een grote verantwoordelijkheid van de critici zelf verwacht: zij kregen rechtstreeks toegang tot de databank om hun teksten meteen na verschijning in te voeren, en daarmee ook een redactionele controle die ze in dagbladen vaak niet hadden.

De idee van meerstemmigheid en een gedeeld gesprek wordt vandaag door de realiteit ingehaald. In de kranten heeft een populistische koers de ruimte voor kunstkritiek steeds verder teruggedrongen, waardoor sommige critici afhaakten, andere media opzochten of van koers wijzigden (en dramaturg of onderzoeker werden). Bovendien heeft de productie en presentatie van dans de afgelopen tien jaar een explosie gekend, waardoor een grote versnippering ontstond: een gedeeld gesprek blijkt vandaag onmogelijk omdat ook critici nog slechts zelden dezelfde voorstellingen zien en bespreken – enkel over grote namen is er nog debat. Maar samengebracht in een databank over een langere periode, kunnen verschillende stemmen toch weer samen gelezen worden – in die zin creëert Sarma als archief alsnog een dialoog tussen teksten en voorstellingen, tussen schrijvers, lezers en kijkers, een dialoog die in het veld zelf geen plaats meer heeft. Als belofte van een discursieve gemeenschap is (dagblad)kritiek vandaag misschien dood, in het archief komt ze alsnog tot leven.

Parallel met de uitbouw van deze onlineomgeving heeft Sarma ook steeds via offline-activiteiten het debat over de nieuwe discursieve plekken die critici en kunstenaars voor zichzelf ontwikkelden mee aangewakkerd – en tevens gedocumenteerd via audio-opnames, schrijversresidenties en thematische tekstcollecties. Kort na de lancering van de databank vond in februari 2003 het symposium Unfolding the Critical plaats, tijdens het Amperdans festival in Antwerpen. Daarmee trok Sarma de aandacht voor kunstkritiek in enge zin open naar het ‘kritische’ element in verschillende praktijken. Niet enkel door een en ander samen te brengen in het archief kreeg een versnipperd debat terug focus, maar ook door omkadering, interactie en onderzoek te stimuleren. Bovendien creëerde Sarma zo zichtbaarheid en een omgeving voor de in toenemende mate hybride praktijken en trajecten van critici (en later van onderzoekers en kunstenaars), zowel in het archief als in het veld. Hoe kunnen nieuwe discursieve plekken eruitzien wanneer de traditionele verdwijnen?


2.

Terwijl vandaag de idee van ‘zelfdocumentatie’ gemeengoed is (MySpace, Facebook, Flickr…), blijkt uit talrijke vragen van praktische, technische en redactionele aard dat een archief geenszins vanzelf tot stand komt. Om lezers hun weg te doen vinden in een grote hoeveelheid tekstmateriaal in meerdere talen, is een zekere uniformisering en een goede indexering cruciaal. De hercontextualisering van krant of tijdschrift naar databank vraagt om een behandeling van elk document: een verwerking van het origineel tot platte tekst (voor oudere teksten vaak via inscannen of overtypen van gepubliceerde versies), die vervolgens wordt opgedeeld in velden (titel, medium, verschijningsdatum, corpus, contextual note…) en aangevuld met zoekvelden (eigennamen, titels van kunstwerken, Engelstalige sleutelwoorden, collectiesigla) waardoor teksten via een zoekfunctie in onderling verband kunnen verschijnen.

Een verfijnd repertorium is voor een digitaal archief noodzakelijk om als een nieuwe context te kunnen functioneren. Belangrijker nog is de actieve redactionele vormgeving van die nieuwe omgeving waarin teksten en auteurs verschijnen. Sarma projecteert niet de horizon van een systematisch en alomvattend archief, maar vertrekt vanuit specifieke projecten. Het verzamelen en ontsluiten van teksten wordt daarom als publicatie gedacht: auteursanthologieën en thematische collecties hebben een identiteit als geheel, een gepaste omkadering en waar mogelijk ook Engelse vertaling.

Sarma versterkte het historische gewicht van het groeiende archief door omvattende anthologieën samen te stellen van auteurs die niet langer als criticus actief waren (Eric de Kuyper, André Lepecki), of die over een lange periode een erg groot kritisch oeuvre hadden opgebouwd (Rudi Laermans, Pieter T’Jonck). Een en ander vroeg om een verfijning van onze methodologie en redactionele controle, met het oog op een verantwoorde ontsluiting: gaande van bibliografisch onderzoek, over de selectie van de teksten in samenspraak met de auteur of een historicus, tot eindredactie. Er werden samenwerkingen met universiteiten opgezet voor onderzoek op het vlak van teksteditie, historiografie en digitale archivering. Via schrijfopdrachten moedigt Sarma ook historisch onderzoek naar die collecties aan, wat leidt tot een bredere inbedding van het archief. Kwetsbare genres als dagbladkritiek en essayistiek krijgen zo niet enkel een duurzamere plek, in het beste geval plaatsen ze ook meer canonieke vormen van dansonderzoek in een nieuw perspectief.


3.

Sinds het interdisciplinaire project B-Chronicles (2006), omtrent de impact van de toenemende mobiliteit en transnationalisme op het leven en werken in de dansgemeenschap, is Sarma actief als werkplaats. Die evolutie ligt in het verlengde van de hybride trajecten die we bij zowel critici/theoretici als kunstenaars vaststelden: zij werken vaak vanuit gedeelde vraagstellingen in discursieve praktijken die creatie en onderzoek verbinden. Het ontwikkelen van alternatieve en experimentele vormen van onderzoek en overdracht leidt ook tot een vormelijke diversiteit en nieuwe schrifturen, zoals posterpublicaties in de publieke ruimte, lecture-demonstrations, een spel, een installatie, materialencollecties, interactieve webpublicaties. Hoe die heterogene media, discoursen en praktijken documenteren en archiveren?

In 2007 zette Myriam Van Imschoot in samenwerking met de huidige Sarma-coördinator Kristien Vanden Brande en enkele makers/onderzoekers het onderzoeksproject Crash Landing Revisited (and More) op, rond improvisatie, samenwerking en wijzigende productieomstandigheden in dans in de jaren 90. Het project verenigt ook een aantal kwesties die uitdagingen inhouden voor Sarma’s archiefwerking: informele discoursen en orale overlevering, de kruisbestuiving van maken en onderzoeken, archivering als artistiek onderzoek én als creatie. Archivering is niet langer eenrichtingsverkeer: het archief bevat niet enkel documenten, maar is ook materiaal waar kunstenaars en onderzoekers mee aan de slag kunnen gaan, waarbij de vorm van document en archief gedurig herdacht wordt.

Dit alles vormt de directe aanleiding voor Oral site, een nieuw digitaal archief voor orale overlevering dat Sarma momenteel ontwikkelt in samenwerking met de Brusselse werkplaats voor kunst en media Constant. Oral site zal in het najaar van 2011 actief zijn, gekoppeld aan een vernieuwde, geïntegreerde databank en zoekfunctie. Technologie voor de indexering van audiodocumenten is geen gemeengoed, net zoals aandacht voor de specificiteit van audiodocumenten in een digitaal archief niet vanzelfsprekend is. Computers en de huidige internetcultuur bieden immers een hele stroom aan tekst, beelden, informatie en formats aan. Zij vormen de achtergrond waartegen elk nieuw (audio)document verschijnt. Bovendien leggen nieuwe media ook aan archieven verwachtingen op inzake gebruiksvriendelijkheid, interactiviteit en participatie. Oral site vertrekt vanuit artistieke creaties en publicaties om een specifieke omgeving op te bouwen waarin audiodocumenten kunnen resoneren en nieuwe betekenisconstellaties vormen.

Tegelijkertijd wil Sarma die nieuwe ideeën, creaties en praktijken ook weer in een fysieke omgeving inbedden. De structurele samenwerking met de danswerkplaats WorkSpace Brussels biedt de komende jaren een concrete context om dramaturgie en artistiek onderzoek een plek te geven binnen de Brusselse dansgemeenschap. Sarma’s jarenlange ervaring met informele discoursen en hybride praktijken biedt hier aanknopingspunten om dramaturgie niet zozeer als ‘dienstverlening’ op te vatten, maar als een laboratoriumfunctie binnen artistieke creatie- en onderzoeksprocessen. De laatste jaren beginnen ook steeds meer dansmakers hun eigen werkmethode en de bijhorende spreekwijze te documenteren, onderzoek naar de heterogene ‘talen van het maken’ dat Sarma wil begeleiden met een reeks salons over nieuwe artistieke praktijken en discoursen. De vraag voor het archief is er weerom een dubbele: hoe kan men überhaupt die impliciete, informele en belichaamde vormen van discours en kennis een meer zichtbare en duurzame plek geven? En: hoe kunnen die archieven van de toekomst een actieve, wederzijdse verhouding aangaan met creatieprocessen, onderzoek en onderwijs? Om als archief tot leven te komen, kan Sarma niets anders zijn dan een discursieve werkplaats, waarin virtuele en fysieke omgevingen gedurig nieuwe verbindingen aangaan.

 
  Website Company / Production House:  http://www.sarma.be
 
  Contextual Note:

Dit stuk verscheen met en uitgebreid activiteitenoverzicht in De Witte Raaf, jg. 25 nr. 149, jan-febr. 2011, pp. 8-9.
 
©Jeroen Peeters