![]() |
Wat willen mannen nu eigenlijk Over 'What do you want?' van Amgod |
| Author(s): Rudi Laermans | |
| First published in: Etcetera, 2001 | |
|
Schuif de gangbare categorieën kunst en kitsch, 'het artistieke' en 'het populaire',... - terzijde door heel uiteenlopende beelden, bewegingen of geluiden met elkaar te mixen, onderling te verbinden of in elkaar te vertalen: deze imperatief beheerst hoe langer hoe meer de hedendaagse kunsten. Hij lijkt zelfs hun actualiteit uit te maken: 'soyons postmoderne, soyons hybride'. Het is bijlange geen vrijbrief voor een joyeus of melancholisch anything goes. Juist werken of voorstellingen die zich niet langer beschut weten door een of andere vorm van eenduidigheid, moeten uit zichzelf kunnen overtuigen. Hun individualiteit of singulariteit weet zich ja dan nee door te zetten, ja dan nee te bewijzen en te affirmeren. Of we dan zo'n gelukte hybride in museum of theaterzaal nog steeds een kunstwerk kunnen of moeten noemen, doet er eigenlijk niet zoveel toe. Hoe laad je een verhaalloze voorstelling op? Hoe creëer je een spannende mix, een die altijd weer opnieuw doet uitkijken naar de volgende scène? Hoe geef je een in alle opzichten informele performance een gezicht - een eenheid die, hoe impliciet óók, maakt dat het geziene en gehoorde alsnog een focus krijgt? What do you want? zoekt het antwoord in de eerste plaats op thematisch vlak. Amgod is een mannencollectief, en over masculiniteit - en dus indirect ook over vrouwelijkheid gaat het meermaals in deze voorstelling. De vier performers veranderen gaandeweg zelfs in vier mannelijke karakters, vier soorten mannen. Kosi Hidama blijft ook na zijn eerste solo-optreden de leutige poseur die met het oog op publieke bijval gedurig knipoogt naar de wereld van kitsch en humor. Dat knipogen is doorzichtig, maar het werkt wel: je moet lachen om poses of houdingen die overduidelijk demonstreren dat ze het publiek (en dus ook jou) aan het lachen willen brengen. Zoiets als 'onweerstaanbaar goedkoop', maar dan in metaversie, doordrongen van zoveel ironie dat je er nog méér moet om lachen. Misha Downey, de andere oosterling in het gezelschap, probeert het daarentegen cool te houden. In combinatie met alweer een fikse dosis ironie resulteren zijn solo's en tussenkomsten meer dan eens in het soort van superieur gedebiteerde flauwe humor dat nogal wat niet-Antwerpenaren met Antwerpenaren plegen te associëren. Hoogst grappig is bijvoorbeeld de live op video uitvergrote scène waarin hij de voor een keer sentimenteel stotterende Kosi - mét blonde pruik: een gevoelige man kan niet langer een échte man zijn... - gedurig afblokt met cynische oneliners. Geen personages, wel vier herkenbare mannelijke karakters die in de loop van de voorstelling met een bewegingstoets hier en een woordenflard daar quasi-impressionistisch gestalte krijgen, zonder ooit echt uit te kristalliseren: What do you want? slaagt erg goed in het schetsmatig verbeelden van uiteenlopende vormen van masculiniteit. Wie de vier performers een beetje kent, herkent hun 'favoriete persoonlijkheden' ook in de uitgebeelde karakters. Maar ook met die particuliere voorkennis blijft de voorstelling vooral handelen over vier ingeburgerde sociale identiteiten, vier gangbare manieren om vorm te geven aan die soms ergerlijke, soms vertederende vormeloosheid waar mensen — mannen én vrouwen, volwassenen én kinderen - bijwijlen een kosmisch patent op lijken te hebben. Dat klinkt misschien allemaal wat zwaar op de hand, terwijl What do you want? toch in de eerste plaats een onderhoudende voorstelling is. Ronduit hilarisch is bijvoorbeeld de scène waarin de vier performers in vier kleine dwergjes veranderen, conform het eerder al in een videofragment getoonde recept (dat ik hier niet verklap). Vier van op de rug geziene smurfen zonder gezicht die een beetje waggelen en huppelen, en elkaar tussendoor plagen en stampen: je kan er alleen maar onbedaarlijk om lachen. Al dit soort humor krijgt in de slotscène van What do you want? plots een heel andere betekenis, die je de hele voorstelling lang overigens wel degelijk voelt meetrillen. Onderstroom wordt boventoon, de maskers worden afgeworpen en dan toont zich niet zoiets als 'een waar zelf' of 'de ware man', maar het menselijk verlangen om iedere begrenzing te overstijgen, om elke vorm af te werpen en in een heuse 'man zonder eigenschappen' - die dus geen man meer is - te veranderen. Tijdens de voorbije jaren vielen er in Vlaanderen wel meer voorstellingen te zien die bewust uiteenlopende tussengebieden exploreerden. In die grijze zones vervaagt het onderscheid tussen artistieke genres en tussen geijkte onderscheidingen als kunst en kitsch, ernst en humor, entertainment en refiexiviteit, hoge en lage cultuur (één enkel onderscheid lijkt overigens precies hierom almaar aan belang te winnen: commercieel versus niet-commercieel). What do you want? surft op het eerste gezicht vrolijk mee op deze postmoderne golf. Tegelijk heeft de voorstelling een heel eigen gezicht door haar hoog camp-gehalte. De vele referenties aan de 'lage' cultuur putten immers haast altijd uit de transnationale massacultuur. Anders dan bijvoorbeeld het werk van een Platel of Sierens vermijden ze iedere verwijzing naar een lokaal ingebedde 'populaire cultuur'. Amgod is een internationaal gezelschap, en allicht is daarom niet een doordeweekse VTM-soap of een Gentse achterbuurt de voornaamste inspiratiebron, maar die mondiale massacultuur waarbinnen het centrum (zoals loungy dance music uit Berlijn) zichzelf door meerdere onzichtbare rode draden verbonden weet met een meer experimentele periferie (a la Godspeed uit Montréal). |
|
|
©Rudi Laermans |
|